|
|
|

De huid is het omhulsel dat ons afschermt van de buitenwereld en ons beschermt tegen allerlei
invloeden van buitenaf.
De menselijke huid is opgebouwd uit onderstaande delen:
- De opperhuid (epidermis) is de huid die direct zichtbaar is.
- De lederhuid (corium of dermis).
- Bindweefsel (subcutis).
In onderstaande tekst worden de volgende onderwerpen besproken:
- Opperhuid
- Lederhuid
- Bindweefsel
- Talg- en zweetklieren
Opperhuid
De opperhuid bestaat voor het grootste deel uit slechts één type cel: de keratinocyt. Deze
cellen worden in de onderste laag (de basale laag) gevormd en schuiven langzaam naar boven.
Geleidelijk gaan de cellen over in een dode verhoornde cellaag, de hoornlaag, waar de cellen
steeds losser tegen elkaar liggen. De verbinding tussen de afzonderlijke opperhuidcellen is van
groot belang voor de bescherming van de huid zoals tegen uitdroging. Normaal gesproken is deze
huid slechts enkele tienden van een millimeter dik waarbij de hoornhuid niet meer is dan een dun
vliesje. Op plaatsen waar de huid veel eelt bevat (handpalmen en voetzolen) is de hoornhuid extra
dik. Doordat de cellen zich voortdurend delen en uiteindelijk aan de bovenkant afschilferen,
vernieuwt de opperhuid zich ongeveer éénmaal per maand. De afschilfering aan het oppervlak is,
behalve op het behaarde hoofd bij roos en bij bepaalde huidaandoeningen (bijvoorbeeld psoriasis),
normaal gesproken niet zichtbaar.
In de opperhuid bevinden zich behalve keratinocyten nog melanocyten. Deze
laatste zijn pigmentcellen die tussen de cellen van de basale cellaag liggen en pigmentkorrels
maken die via uitlopers worden overgedragen aan de keratinocyten. Het pigment van de
pigmentkorrels, melanine, bepaalt voor een belangrijk deel de kleur van de huid en beschermt het
lichaam tegen zonlicht. Hoe meer pigmentkorrels, hoe donkerder de huid.
De opperhuid vormt in zijn geheel een natuurlijke barrière tegen chemische stoffen en fysische
invloeden als zuren, uitdroging en beschadiging door zonlicht. De huid beschermt ons tevens
tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels en virussen.
Lederhuid
De lederhuid is een 1-3 mm dikke bindweefsellaag welke voornamelijk bestaat uit bindweefselcellen,
bindweefselvezels en een gel-achtige grondsubstantie.
De onderkant van de opperhuid en de bovenkant van de lederhuid zijn niet vlak. De grens vertoont
een sterk golvend patroon met in- en uitstulpingen waardoor beide lagen in elkaar grijpen en de
opperhuid in de lederhuid is verankerd. De uitstulpingen van de lederhuid in de opperhuid zitten
vol met hele kleine bloedvaatjes en lymfevaatjes van waaruit de bovenliggende opperhuid wordt
gevoed en afvalstoffen worden afgevoerd. Meer naar onderen in de lederhuid bevindt zich een dicht
vlechtwerk van grotere bloedvaatjes en lymfevaatjes. Andere zenuwvezels verzorgen de talg- en
zweetklieren, de spiertjes rond de haren en de bloedvaatjes. De bloedvaten in de huid zijn niet
alleen verantwoordelijk voor de voeding en zuurstofvoorziening van de huid, maar ook voor het
regelen van de lichaamstemperatuur. De huiddoorbloeding bepaalt in belangrijke mate de hoeveelheid
warmte die aan de buitenwereld wordt afgegeven. De vezels in de huid bepalen de rekbaarheid en de
trekvastheid van de huid. Hoe ouder de huid is, des te minder rekbaar en trekvast. In de lederhuid
bevinden zich ook de zenuwuiteinden die de mens tast-, pijn- en temperatuurzin verschaffen.
Bindweefsel
Het onderhuidse bindweefsel bestaat voornamelijk uit vet. Het heeft een belangrijke functie als
warmte-isolerende laag, energie-opslagplaats en stootkussen.
Talg- en zweetklieren
De talgklieren zijn verspreid over de gehele huid behalve op de handpalmen en voetzolen. Zij
liggen altijd naast een haarfollikel en monden daarin uit. Talg bestaat uit een mengsel van
vettige stoffen die de huid soepel houden en beschermen tegen uitdroging. Gemiddeld zijn er
een kleine honderd talgklieren per vierkante centimeter. Op het midden van de borst en de rug,
in het gezicht en op het behaarde hoofd loopt dit aantal op tot bijna duizend. Mensen met een
hoge talgproductie hebben dan ook vaak last van vet haar.
Zweetklieren komen eveneens over het gehele lichaam voor en vallen uiteen in twee soorten. De
zogenaamde eccriene zweetklieren komen over het hele lichaam voor en spelen een
belangrijke rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur. Bij emoties en nervositeit scheiden
voor de klieren in het gezicht en de handpalmen veel zweet af. De zweetklieren in de oksels, de
apocriene zweetklieren, hebben een andere bouw en functie. In het dierenrijk spelen
deze een belangrijke rol bij het herkennen en het afbakenen van het leefgebied. Bij de mens kan
deze geur sexueel prikkelend werken.
Met dank aan de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
|